Kip
Kippen als huisdier
Kippen zijn gezellige groepsdieren die met hun gescharrel en gekakel voor levendigheid en een landelijk gevoel zorgen. Wilt u kippen gaan houden? Bedenk dan dat ze zeker 10 tot 15 jaar oud kunnen worden en dat u voldoende ruimte nodig heeft. Houd er ook rekening mee dat een haan regelmatig en soms vroeg in de ochtend kan kraaien. Controleer daarom vooraf welke regels er in uw gemeente gelden voor het houden van hanen. Woont u in een huurwoning, controleer dan of uw verhuurder het houden van kippen toestaat.
Kies het juiste dier voor uw situatie: lees vóór het kopen eerst of de kip het huisdier is dat u zoekt.
Algemeen
De kip is een vogel die veel gehouden wordt, niet alleen voor de productie van vlees en eieren maar ook als hobbydier. De belangrijkste voorouder van de gedomesticeerde kip (Gallus gallus domesticus) is het Bankiva hoen (ook wel Rode Kamhoen genoemd), een in het wild levende hoenderachtige die voorkomt in Zuidoost-Azië. Kippen kunnen tien tot vijftien jaar, soms zelfs ouder worden.
Eieren eten van hobbykippen?
Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) adviseert om geen eieren van hobbykippen te eten. In deze eieren kan te veel PFAS zitten, stoffen die schadelijk kunnen zijn voor uw gezondheid. U kunt aan de buitenkant niet zien of een ei PFAS bevat, en de hoeveelheid PFAS verschilt per plek en per ei. Ook het Voedingscentrum adviseert om geen eieren van eigen kippen te eten. Commerciële eieren uit een winkel of van de markt kunnen wel gegeten worden. Die vallen onder toezicht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
Welke regels gelden er voor het houden van kippen?
Controleer voorafgaand aan de aanschaf van kippen welke regels er gelden. Hanen kunnen op verschillende momenten van de dag luid kraaien, ook vroeg in de ochtend. Dit kan geluidsoverlast voor omwonenden geven. In sommige gemeenten gelden daarom specifieke regels voor het houden van hanen; ook algemene regels over geluidsoverlast kunnen van toepassing zijn. Controleer daarom bij uw gemeente welke regels voor uw woonplaats gelden. Woont u in een huurwoning, controleer dan ook of uw verhuurder het houden van kippen toestaat. Daarnaast kan het nodig zijn om een bouwvergunning aan te vragen voor een kippenhok in de tuin.
Verschillende varianten
Door de fokkerij zijn er vele verschillende rassen hoenders en dwerghoenders (of kippen en krielkippen) ontstaan. Nederland kent meer dan 85 hoenderrassen en evenzoveel dwerghoenderrassen.
Vleesrassen met een groot, breed en diep lichaam zijn in het algemeen vrij rustig en gemakkelijk te houden. Voorbeelden zijn de Brahma, Cochin, Orpington en Wyandotte. Kippen van deze rassen wegen ongeveer vier tot vijf kilogram. Omdat ze gefokt zijn voor de productie van vlees, leggen deze kippen minder eieren dan die van de legrassen. Toch legt de Wyandotte wel ongeveer 200 eieren in het eerste legjaar.
Tegenover de vleesrassen staan de actieve en beweeglijke, tevens goed vliegende, specifieke legrassen zoals de Leghorn, het Friese hoen, het Drentse hoen, de Assendelfter, de Lakenvelder, het Chaams hoen en de Groninger Meeuw.
Tussen deze twee uitersten vinden we de rassen die zowel goed leggen als vlees produceren, maar op geen van beide gebieden gespecialiseerd zijn, bijvoorbeeld de Barnevelder, de Australorp, de New Hampshire en de Sussex.
Tot slot kennen we nog de oud-Nederlandse rassen, die puur voor de sier zijn gefokt, zoals de Kraaikop, de Brabanter, de Nederlandse Uilebaard, het Hollandse Kuifhoen en het Nederlandse Baardkuifhoen.
Van nature
Kippen leven van nature in groepen bestaande uit een haan, een aantal hennen en hun kuikens. Binnen de groep bestaat een duidelijke rangorde, ook wel pikorde genoemd: de hogere in rang pikt de ranglagere. De haan waarschuwt als er gevaar dreigt en hij verdedigt de hennen en het territorium. Hij brengt de hennen naar het voedsel en zoekt voor hen een veilige slaapplaats. In het wild overnachten kippen in bomen.
Kippen besteden vrijwel de hele dag aan het zoeken naar voedsel zoals zaden, insecten en wormen. Daarbij krabben ze de grond los en onderzoeken die met de snavel. Als er genoeg voedsel is, blijven kippen op één plek en komen zelden meer dan 50 meter van hun slaapplek.
Kippen nemen af en toe een stofbad en verzorgen hun veren met het vet uit hun stuitklier.
Een kip gaat eens per jaar in de late zomer of de herfst in de rui. Normaal gesproken neemt het hele ruiproces één tot twee maanden in beslag. De ruiperiode kost de kip veel energie. Een hen in de rui legt dan in het algemeen geen eieren, de kam en lellen worden kleiner en de kop wordt bleek.
Huisvesting van kippen
Kippen zijn groepsdieren en moeten niet alleen worden gehouden. Een groep kippen (officieel een toom genoemd) kan bestaan uit uitsluitend hennen of tenminste twee hennen met maximaal één haan. In dat laatste geval kan de haan uiteraard de hennen bevruchten. Worden de bevruchte eieren bebroed, dan kan dit zorgen voor kuikens. Fok alleen als u vooraf een goed plan heeft voor de opvang van alle kuikens, ook de haantjes.
Ieder kippenhok moet bestaan uit een nachthok en een buitenren. De dieren kunnen het hele jaar door ’s nachts in het nachthok en overdag in de buitenren (met het nachthok vrij toegankelijk) worden gehouden. Belangrijk: ook als u van plan bent om uw kippen los in de tuin te laten lopen, dan heeft u alsnog een buitenren nodig. Wanneer er vogelgriep in Nederland wordt aangetroffen kan de overheid namelijk een afschermplicht instellen. Dit betekent dat u uw kippen middels een net of gaas moet kunnen afschermen van wilde vogels. Kijk op de website van de Rijksoverheid voor meer informatie over vogelgriep.
Voor kleine aantallen (kleine) kippen zijn er kant-en-klare kippenhokken te koop, maar voor een grotere groep kippen zult u eigenlijk altijd zelf een kippenhok moeten (laten) bouwen.
Het aanbevolen minimale oppervlak voor middelgrote rassen (zoals de Barnevelder en Rhode Island Red) is 1,5 vierkante meter per dier (0,5 m2 nachthok en 1 m2 buitenren). Voor krielrassen (zoals de Hollandse kriel, Sebright, Zijdehoentje en Sabelpootkriel) is het minimale oppervlak tenminste 0,75 vierkante meter per dier (0,25 m2 nachthok en 0,5 m2 buitenren. Deze afmetingen zijn geen wettelijke verplichting, maar worden door het LICG en overige experts wel gezien als minimum. Meer ruimte voor uw kippen zorgt vrijwel altijd voor een beter dierenwelzijn door onder andere meer activiteit, minder angst, minder afwijkend gedrag en minder problemen zoals kreupelheid en beschadigde veren.
Naast voldoende ruimte is het belangrijk dat uw kippen genoeg te doen hebben. Kippen zijn van nature een groot deel van de dag bezig met scharrelen, zoeken naar voedsel en pikken. Zorg daarom voor voldoende afleiding en bied regelmatig voedselverrijking aan. Dit helpt verveling voorkomen en kan de kans op verenpikken verkleinen. Kijk voor tips en voorbeelden bij Voedselverrijking voor kippen.
Zorg ook altijd voor voldoende rust- en schuilplaatsen voor uw kippen, zodat ze elkaar uit de weg kunnen gaan als ze dat willen.
Kippen kunnen slecht tegen hitte en tocht, zorg daarom voor schaduw en zet het hok in de luwte. Zorg wel voor voldoende ventilatie.
Werk de binnenzijde van het nachthok af met glad (plaat)materiaal en wit dit vervolgens met witkalk, dit maakt de kans op bloedmijt wat kleiner. De bodem van het nachthok bestaat bij voorkeur uit beton, tenzij het een verhoogd nachthok is, dan is hout ook goed. Als bodembedekking is zaagsel (eventueel gemengd met schoon, scherp zand), vlas, hennepstro, koolzaadstro of gehakseld stro geschikt. Let erop dat de bodembedekking goed absorbeert en niet te stoffig is.
Plaats de toegang tot het nachthok vanuit de buitenren op 20 tot 60 centimeter hoogte; hiermee voorkomt u tocht langs de grond. Zodra de kippen op stok zijn, kunt u deze opening afsluiten. Maak een loopplank aan de binnen- en buitenzijde van de opening van het nachthok met om de 10 centimeter een dwarslatje. Op deze manier kunnen uw kippen gemakkelijk het nachthok in en uit.
In het nachthok moeten zitstokken aanwezig zijn, rechthoekig tot ovaal van vorm, waarbij het breedste vlak boven ligt. Dit vlak varieert tussen 4 centimeter breed (voor krielkippen) en 7 centimeter breed (voor grote / zware kippen). De stokken moeten zo dik zijn dat ze niet doorbuigen. De hoogte van de zitstokken is afhankelijk van het ras, 15 tot 30 centimeter van de grond (voor kortpotige en/of zware rassen) tot 80 centimeter van de grond (zeer lichte rassen die redelijk kunnen vliegen). Plaats geen zitstokken op verschillende hoogten: omdat een kip graag hoger zit dan zijn hokgenoten, kan dit gevechten opleveren om een plekje op de hoogste stok. Plaats de zitstokken zeker 30 centimeter van de wand om te voorkomen dat de staartveren beschadigen en tenminste 30 tot 40 centimeter uit elkaar. Gemiddeld passen er vier tot vijf krielkippen of twee tot drie grotere kippen op een stok van een meter. Het is handig als u de zitstokken gemakkelijk uit het hok kunt halen om ze schoon te maken. Mestplankjes enkele centimeters onder de zitstokken kunnen u helpen de bodembedekking langer schoon te houden.
Maak tenminste één legnest per twee tot vier hennen. Plaats legnesten in een donkere hoek van het nachthok en altijd lager dan de zitstokken, zodat ze niet worden gebruikt als slaapplek (kippen zoeken namelijk altijd de hoogste plek om te slapen) en daardoor worden bevuild. Een legnest met een oppervlak van 30 bij 30 centimeter en een hoogte van ongeveer 40 centimeter voldoet voor een klein ras. Voor krielkippen mag het nest iets kleiner zijn, maar de hen moet zich in ieder geval in het legnest kunnen omdraaien. Het legnest moet aan de voorkant open zijn, de bovenkant kan ook open gelaten worden of voorzien worden van een schuin aflopend dak zodat de kippen er niet op kunnen gaan zitten en er geen ontlasting op kunnen laten vallen. Hang de legnesten allemaal op dezelfde hoogte en op ongeveer 20 tot 40 centimeter van de grond, zo krijgen vocht, tocht en ongedierte minder kans. Maak de legnesten van vochtwerend plaatmateriaal met zo min mogelijk kieren en voorzie ze van een laagje hooi of stro dat schoon en droog moet worden gehouden.
Zorg dat er in het hok een elektra-aansluiting aanwezig is. Hierop kunt u verlichting en een drinkbakverwarmer aansluiten. Voor de leg is tenminste tien uur licht per dag nodig en tenminste acht uur onafgebroken duisternis voor de slaap. Als u ook in de winter wilt dat uw kippen eieren leggen, dan zult u dus moeten bijverlichten. Gebruik in het kippenhok géén TL-verlichting: kippen kunnen het knipperen ervan waarnemen met stress tot gevolg. Door bij vorst een kunststof drinkbak op de verwarmer te zetten, voorkomt u dat het drinkwater bevriest. Drinkbakverwarmers zijn verkrijgbaar bij dierenspeciaalzaken.
Zorg dat de buitenren van uw kippen overdekt is, om meerdere redenen:
- Het voorkomt dat ontlasting van wilde vogels met daarin mogelijk ziekteverwekkers in uw kippenhok terecht komt.
- Het houdt roofdieren zoals marters, vossen, roofvogels, katten en honden buiten.
- Het beschermt tegen regen en andere vormen van neerslag, waardoor de bodembedekking droger en schoner blijft en minder snel modderig wordt.
- Het zorgt voor schaduw.
Zorg altijd voor meerdere schaduwplekken voor alle kippen en zorg ook voor een goede ventilatie in het hok. Door klimaatverandering is hittestress ook in Nederland tegenwoordig namelijk een veel groter probleem dan vroeger.
Tips voor het huisvesten en verzorgen van kippen in hete zomers en koude winters vindt u in de praktische documenten ‘Dier en warmte’ en ‘Winter en kou’.
De bodem van de buitenren bestaat bij voorkeur uit beton of tegels met daar bovenop een laag schoon zand van tenminste 20 centimeter dik. Als u ervoor kiest de buitenren niet te voorzien van een harde bodem, zorg er dan voor dat de grond in de ren wat hoger ligt dan erbuiten, zodat er geen regenwater in kan lopen. Een nadeel kan wel zijn dat roofdieren zoals vossen en marters zich een weg onder het gaas door kunnen graven.
Alle kippen hebben behoefte om zich te ‘wassen’ door het nemen van zandbaden / stofbaden. Plaats daarom een bak met schoon wit zand op een zonnige plek in de buitenren. Zorg ervoor dat de bak een opstaande rand van ongeveer 20 centimeter hoog heeft. De verdere afmetingen van de bak variëren tussen 55x55 centimeter voor kleine rassen tot 100x100 centimeter voor de grote rassen.
Nieuwe kippen toevoegen aan een bestaande toom/groep?
Wilt u nieuwe kippen toevoegen aan uw groep, houd de nieuwe kippen dan tenminste 2-3 weken maar bij voorkeur 4-6 weken in quarantaine voordat u ze bij de bestaande groep zet. Laat een dierenarts de nieuwe kippen en hun mest onderzoeken, ook als de nieuwe kippen er gezond uitzien. Zo verkleint u de kans op overdracht van eventuele ziekteverwekkers.
Laat de dieren daarna geleidelijk aan elkaar wennen, bijvoorbeeld door ze eerst in een afgescheiden deel van de ren naast elkaar te laten verblijven. U kunt de nieuwe kippen uiteindelijk het beste bij de groep zetten als het donker is en de kippen op stok zitten. De volgende ochtend kunnen ze dan samen wakker worden, waardoor de nieuwe kippen gemakkelijker worden geaccepteerd. Zorg bij het samenvoegen van de kippen voor voldoende ruimte, meerdere voer- en drinkplekken, schuilmogelijkheden, zitstokken en legnesten, zodat de kippen elkaar kunnen ontwijken.
Houd de groep de eerste dagen goed in de gaten; wat pikken en jagen hoort bij het opnieuw bepalen van de pikorde, maar bij ernstige gevechten of verwondingen moet u ingrijpen en de dieren weer tijdelijk afgescheiden van elkaar huisvesten.
Kippen verzorgen en hanteren
Bij de verzorging van kippen is vooral de hygiëne erg belangrijk.
Water moet dagelijks (en in de zomer meerdere malen per dag) worden ververst. Was ook iedere dag de waterbakken af. Iedere dag moet de mestplank afgekrabd worden. Verwijder regelmatig de uitwerpselen in binnen- en buitenhok. Reinig de zitstokken als ze vies worden, maar minstens eens per twee weken, en behandel zitstokken en mestplanken ongeveer eens per twee weken met een desinfecterend middel. Maak dan ook de voerbakken goed schoon. Desinfecteer de legnesten in de zomer liefst maandelijks en in de winter eens per twee maanden. Verschoon het stro in de legnesten eens per maand of eerder indien nodig. De bodembedekking van het nachthok moet eens per een tot vier maanden geheel verschoond worden. Een goede vuistregel voor het verversen van de bodembedekking is dat het strooisel altijd droog moet aanvoelen en nooit een ammoniaklucht mag afgeven. Maak bij het verversen ook de vloer schoon met een geschikt desinfecterend middel. Volg de aanwijzingen van de fabrikant.
Het is verstandig om eens per jaar in de buitenren een laag van circa twintig centimeter af te graven en weer aan te vullen met schoon zand. De afgegraven grond kunt u in uw tuin verspreiden. Vervang het zand in het zandbad regelmatig. Kalk eenmaal per jaar de binnenzijde van het nachthok wit, om te helpen bij de preventie van bloedmijt.
Raap dagelijks de eieren, tenzij u wilt dat ze bebroed worden.
Een goede manier om een kip te vangen is door, liefst in de schemer, rustig op het dier af te lopen en de kip van de zijkanten met twee handen te pakken. U sluit de kip als het ware zachtjes op tussen uw handen. Hierbij heeft u beide duimen op de rug en vleugels van de kip en uw overige vingers onder de kip.
Een andere manier is door een hand op de rug van de kip te leggen en zachtjes op zijn rug te duwen waardoor de kip gaat zitten. Vervolgens pakt u met uw andere hand van onderaf de beide poten vast. U kunt de kip nu oppakken terwijl u met de bovenste hand de vleugels tegenhoudt. Met wat oefening kunt u, bij kleinere rassen, van de hand die de poten vasthoudt de duim en wijsvinger vrijmaken en hiermee de vleugelpunten tegen het lichaam van de kip duwen. U kunt dan de andere hand van de rug afhalen. Bij grotere kippen kunt u de kip tegen u aan houden en/of onder uw onderarm ‘klemmen’. Oefen niet te veel druk uit op het lichaam van de kip: dat belemmert de ademhaling!
Til een kip nooit op aan alleen de vleugels of de poten, daar is het lichaam te zwaar voor. Leg een kip ook nooit op de rug en houd een kip niet ondersteboven vast. Die houdingen zijn niet alleen heel stressvol, ze belemmeren ook de ademhaling en kunnen ervoor zorgen dat voedsel vanuit de krop omhoog komt en wordt ingeademd, wat een longontsteking kan veroorzaken.
Kippen kunt u tam maken door de dieren altijd rustig te benaderen, altijd hetzelfde geluid te maken als u ze benadert en de dieren zittend op uw hurken uit de hand graanvoer of meelwormen (vaak ook favoriet!) aan te bieden.
Voorkom bij strenge vorst dat de kam en lellen bevriezen door ze in te smeren met zuurvrije vaseline.
Nagels van kippen kunnen te lang worden. Dit gebeurt vooral als de kippen op zachte bodem worden gehouden en weinig in harde bodem kunnen graven. Ook een afwijkende bouw van bepaalde kippenrassen kan zorgen voor minder afslijting van de nagels. Door te lange nagels gaat een kip anders zitten, staan en lopen, wat kan zorgen voor kreupelheid en ontstekingen van de voetzolen (pododermatitis). Controleer daarom regelmatig de nagels van uw kippen en knip ze indien nodig met een hiervoor geschikte nageltang (of laat ze door de dierenarts knippen).
Controleer ook de sporen (bij een haan) en de snavelpunt van uw kippen en laat ze indien nodig inkorten door uw dierenarts.
Kippen kunt u het beste apart vervoeren in kippenmanden of -kisten of in een stevige kartonnen doos met voldoende ventilatiegaten. Maak in dat geval de gaten in de doos vóór u de kip erin plaatst. Zet de kippen tijdens het transport haaks op de rijrichting, dus met de kop naar de zijkant, zodat de staart zo min mogelijk beschadigt. Vervoer kippen niet als het erg warm is en laat ze zeker niet achter in een afgesloten auto.
Voeding voor kippen
Voeding
De voeding van de kip bestaat uit een pluimveekorrel of -meel als basisvoer, aangevuld met wat graan en groenvoer als bijvoer. Het voordeel van een voer in meelvorm is dat de kippen er veel langer over doen om hun voer binnen te krijgen. Dit geeft de dieren iets te doen, wat verenpikken bij elkaar kan voorkomen. Een nadeel is dat er vaak ook meer van gemorst wordt. Gebruik daarom voldoende voerbakken met een naar binnen gebogen rand. Voor kippen met baarden of kuiven is meel niet zo geschikt, het kan namelijk in de baard en/of kuif blijven hangen waarna hokgenoten ernaar gaan pikken. Geeft u pluimveelkorrel, kies dan een korrel waarvan de grootte past bij het formaat van uw dieren.
Volwassen kippen eten gemiddeld 30 tot 100 gram voer per dag, maar dit is uiteraard afhankelijk van hun grootte, activiteit (bezigheid, broedsheid, leggen, rui) en de omgevingstemperatuur. Wanneer u ’s ochtends voert, moet het voer tegen de tijd dat de kippen ’s avonds op stok gaan (bijna) helemaal op zijn.
Kippen mogen niet te mager zijn, maar ook zeker niet te dik, want beide uitersten zorgen voor een veel grotere kans op ziekten en andere aandoeningen. Controleer daarom regelmatig de conditie van de kippen. Bekijk hier hoe u dat doet. Zo mag op het borstbeen een beperkte hoeveelheid vlees zitten en mag het achterlijf niet te vol aanvoelen. Als het borstbeen scherp aanvoelt is de kip te mager.
Geef kuikens tot ongeveer zes weken leeftijd een kuiken- of startmeel- of korrel (ook wel opfokvoer I genoemd). Dit voer bevat veel eiwit en veel energie, wat de kuikens nodig hebben voor hun snelle groei. Daarna kan tot een leeftijd van ongeveer vijf maanden een opfok- of jonge hennenvoer (of opfokvoer II) worden gegeven. Dit voer is wat lager in eiwit, maar bevat nog wel veel energie. Zodra de hennen zijn gaan leggen, moet overgeschakeld worden op een legmeel of -korrel. Dit voer bevat veel eiwit en veel calcium, wat nodig is voor de eiproductie. Wilt u de eieren gebruiken voor de fokkerij, geef dan een foktoomvoer in plaats van een legmeel of -korrel. Geef kippen tijdens de ruiperiode zogenaamd onderhoudsvoer in plaats van een legkorrel of legmeel . Dit is belangrijk omdat legkorrel / legmeel voor niet-leggende kippen een veel te hoog calciumgehalte bevat, wat de nieren kan beschadigen.
Kippen zijn dol op graan, maar kunnen er wel snel dik van worden (zie ook het artikel Overgewicht bij vogels). Dikke kippen leggen slechter en hebben een grotere kans op leververvetting en andere ziekten en aandoeningen. Gebruik graan dus enkel als extraatje. Maximaal 10% van de totale voeding mag bestaan uit een graanmengsel. Graanmengsels voor kippen bevatten doorgaans haver, tarwe, maïs en gerst, soms aangevuld met kleine zonnebloempitten, maar dit laatste is erg vet en daardoor minder geschikt. Voor de kleine rassen kunt u beter kiezen voor een graanmengsel dat gebroken granen bevat, want de zaden zijn anders te groot voor de kleine snavels. Geef kuikens speciaal kuikenzaad. Koop alleen graanmengsels met glanzende zaden, een frisse geur en weinig stof.
Bewaar compleet voer en graanmengsels in goed afgesloten tonnen in een droge, koele ruimte. Sla niet te grote hoeveelheden in, omdat het vitaminegehalte van het voer in de loop van de tijd afneemt.
Tijdens de legperiode hebben hennen voor de vorming van de eierschaal meer behoefte aan kalk. Vandaar dat het belangrijk is om aan leggende kippen als basis het calciumrijke legvoer te geven. Daarnaast moeten ze extra kalk kunnen opnemen uit grit; bied dit aan in een apart bakje.
In de spiermaag van de kip zorgt opgenomen maagkiezel ervoor dat granen gekneusd worden en daardoor beter verteerbaar zijn. Meng maagkiezel met grit of doe het in een apart bakje.
Als u een klein aantal (bijvoorbeeld drie) kippen houdt, is een aardewerken voerbak met een naar binnen gebogen rand handig. Bij grotere aantallen kippen is een hangend voersilootje of een staande roestvrijstalen trog aan te bevelen. Er bestaan ook voerautomaten, die door volwassen kippen zelf kunnen worden geopend door op een trede te gaan staan.
Kippen eten ook graag groenvoer, zoals groenten (onder andere sla, boerenkool, broccoli en wortel), kruiden (bijvoorbeeld weegbree, jonge brandnetel, vogelmuur, herderstasje, gras, paardenbloem) en fruit (zoals bramen, fambozen, appel, peer en banaan). Geef echter niet te veel fruit aan uw kippen, omdat dit diarree kan veroorzaken. Groenvoer kunt u het beste aanbieden in een ruifje. Als u het ruifje zo hoog ophangt dat de kippen een stukje omhoog moeten springen om bij het voer te kunnen komen, krijgen de kippen tegelijkertijd extra lichaamsbeweging.
Verwijder aan het einde van de dag alle niet-opgegeten resten.
Als extraatje kunt u uw kippen ook af en toe wat regenwormen, meelwormen of maden geven.
Tip: Kippen zijn van nature een groot deel van de dag bezig met scharrelen, zoeken naar voedsel en pikken. Zorg er daarom voor dat u dit ook stimuleert en mogelijk maakt bij uw eigen kippen. Dit is leuk en gezond voor de kippen, het helpt verveling voorkomen en kan de kans op verenpikken verkleinen. Zie het artikel Voedselverrijking voor kippen voor praktische tips.
Pas op: wat mogen kippen NIET eten?
Kippen zijn alleseters. Als ze de kans krijgen zullen ze ook dingen eten die mogelijk schadelijk voor henzelf zijn of die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid. Enkele voorbeelden van dingen die je NOOIT aan kippen mag geven:
- Keukenafval, etensresten en dierlijke producten
- Het voeren van 'keukenafval en etensresten' (zoals kliekjes, bereide maaltijden of horeca-afval) en dierlijke producten (vlees, vis, kaas, botten) aan kippen is bij wet verboden! Dit geldt ook voor particuliere / hobbymatig gehouden kippen.
- Uitleg: Kippen (óók hobbykippen) worden door de wet namelijk gezien als landbouwhuisdieren, waardoor strenge regels gelden voor hun voeding.
- Dit verbod is in heel Europa ingesteld om de verspreiding van ernstige dierziekten te voorkomen.
- Wat wél mag, zijn onbewerkte plantaardige producten, rechtstreeks van de snijplank, maar alleen als deze niet in aanraking zijn geweest met dierlijke producten.
- Het voeren van 'keukenafval en etensresten' (zoals kliekjes, bereide maaltijden of horeca-afval) en dierlijke producten (vlees, vis, kaas, botten) aan kippen is bij wet verboden! Dit geldt ook voor particuliere / hobbymatig gehouden kippen.
- Beschimmeld of bedorven voer
- Schimmels produceren mycotoxines waar kippen ernstig ziek van kunnen worden.
- Avocado
- Chocolade
- Koffiedik
- Ui
- Knoflook
- Rauwe aardappel
- Voedingsmiddelen die veel zout bevatten (zoals gezouten snacks)
- Planten zoals klimop, oleander, digitalis (vingerhoedskruid) en nachtschade (waaronder aardappel- en tomatenplanten)
Let op: Bovenstaande zijn enkele belangrijke voorbeelden. Voor meer informatie over mogelijk giftige producten voor kippen kunt u het beste contact opnemen met een pluimveedierenarts.
Drinkwater
Zorg altijd voor vers en ruim voldoende drinkwater. Een volwassen kip van een gemiddelde grootte drinkt ongeveer 250-500 milliliter per dag. Legt een kip eieren, is ze in de rui en/of is het een hete zomerdag, dan kan dit oplopen tot meer driekwart liter per dag!
Plaats drinkbakken op een verhoging zodat de dieren er geen vuil in kunnen krabben en zorg ervoor dat de bakken niet om kunnen vallen. Hangende drinkklokken (plastic koepels met een bord eronder waarvan de dieren drinken) zijn erg handig. Plaats de waterbak in de schaduw. In de zomer kan het nodig zijn het drinkwater meerdere keren per dag te verversen. Let er in de winter op dat het water niet bevriest; gebruik dan bijvoorbeeld een drinkbakverwarmer.
Voortplanting
Het onderscheid tussen kip en haan is te zien aan de grotere kopversierselen (de kam en lel) en sierveren aan staart en hals van de haan. Bij veel rassen hebben hanen ook sporen: lange hoornen stekels aan de binnenzijde van de poten.
Een haan is vruchtbaar vanaf de leeftijd van gemiddeld zes maanden tot op een leeftijd van ongeveer zes jaar. Dit varieert per ras. Hennen beginnen vaak al eieren te leggen als ze vijf of zes maanden oud zijn; meestal worden ze echter pas vanaf een leeftijd van een jaar of nog later broeds, afhankelijk van het ras, de weersomstandigheden en de voeding. De meeste hennen leggen geen eieren meer als ze de leeftijd van vijf jaar hebben bereikt.
Voor de fokkerij kunt u het beste hennen van minimaal een jaar oud en een haan van minimaal zeven maanden oud gebruiken.
Waarschuwing: Fok alleen als u vooraf een goed plan heeft voor de opvang van alle kuikens, ook de haantjes. Houd er rekening mee dat gemeenten het houden van hanen kunnen beperken vanwege geluidsoverlast. Het kan dus heel lastig zijn om haantjes geplaatst te krijgen.
Bij de paring springt de haan op de rug van de hen (treden genoemd) en houdt zich met zijn snavel vast aan haar nekveren. Het sperma kan tot veertien dagen na de paring eitjes bevruchten.
Voor de fokkerij is het aantal hennen per haan belangrijk. Teveel hennen geeft onbevruchte eieren (waar dus geen kuikens uit kunnen ontstaan). Bij te weinig hennen paart de haan zo vaak met de hennen, dat ze te weinig rust krijgen en/of op de rug beschadigd raken door het treden. De harem kan bij de middelzware rassen het beste bestaan uit drie tot zes hennen, bij de zware rassen uit drie tot vijf hennen en bij de lichte uit drie tot tien à twaalf hennen.
Alleen onbevuilde eieren met een normale vorm en een intacte schaal zijn goede broedeieren. U kunt ervoor kiezen de hen zelf haar eieren uit te laten broeden (natuurbroed) of de eieren te bebroeden in een broedmachine. Broedmachines zijn kostbaar, maar er bestaan bedrijven waar u de eieren van uw kippen kunt laten uitbroeden. Dit kan van pas komen als u een echt legras heeft: de hennen hiervan worden vaak niet goed broeds.
Broedse hennen hebben een kale plek op hun buik (waar ze de eieren tegenaan leggen om ze warm te houden), ze maken speciale geluidjes en ze worden soms wat agressiever. Bovendien blijven ze lang op het nest zitten.
Zorg dat de broedende hen niet gestoord kan worden door de andere kippen en bied haar een graanmengsel aan. Let op of de hen regelmatig kortdurend het nest verlaat om te eten, te drinken en te ontlasten. Zo niet, haal haar dan dagelijks een keer van het nest af. Tijdens het broeden verbleken de kop en de kam van de kip.
Een probleem dat bij natuurbroed op kan treden is dat de hen vroegtijdig stopt met broeden of het broeden te vaak en/of te lang onderbreekt omdat haar gezondheid niet optimaal is. Ook kan het voorkomen dat de hen de kuikens niet of niet goed verzorgt. Preventieve behandeling tegen luizen en mijten voorkomt dat de hen onrustig wordt vanwege de parasieten en het nest om die reden verlaat. Enkele voorbeelden van rassen waarvan de hennen in het algemeen goed broeden zijn de Wyandotte, Cochin, Sussex en Zijdehoender (ook de krielvarianten).
Na 21 dagen bebroeden komen de eieren uit. De kloek (moederkip) kan het beste met haar kuikens apart worden gezet, bijvoorbeeld in een rennetje met een nachthok naast de grote ren. De kuikens worden warm gehouden door hun moeder, maar bij erg guur, kil weer kunt u als extra verwarming de eerste tijd in het nachthok een donkerstraler of rode lamp ophangen. Hang de lamp bij voorkeur in een hoek, zodat de hen ervoor kan kiezen om niet onder de lamp te gaan zitten. Hang de lamp hoog genoeg, zodat de hen er onderdoor kan lopen en haar kop niet verbrandt aan de lamp. Gebruik geen lamp die wit licht afgeeft. Deze kunt u namelijk geen 24 uur per dag laten branden, aangezien de kippen dan ook 24 uur per dag wakker blijven, zullen eten en niet aan rust toekomen.
Kuikens hoeven de eerste 24 uur na het uitkomen niet te worden gevoerd. Ze leven de eerste tijd namelijk van het restant van de eidooier dat ze kort voor het uitkomen via de navel in het lichaam hebben opgenomen. Uiteraard moeten ze wel kunnen drinken, zorg voor ondiepe waterbakjes om verdrinking te voorkomen. U kunt ook kleine knikkers in het waterbakje leggen. Zorg dan dat de knikkers net onder water staan. Na een paar dagen gaan de kuikens kuikenvoer eten.
Als kuikens door de moeder worden grootgebracht, kunnen ze soms al op jonge leeftijd bij de andere kippen lopen, mits de moeder ze goed kan beschermen en de omgeving veilig is. Houd de groep goed in de gaten en zorg dat de kuikens voldoende mogelijkheden hebben om zich terug te trekken. Kuikens die zonder moeder zijn opgefokt, kunnen beter pas bij de volwassen kippen worden geplaatst als ze voldoende groot en sterk zijn om zich te handhaven. Laat de groepen eerst geleidelijk aan elkaar wennen, bijvoorbeeld door ze een tijdlang met een afscheiding ertussen naast elkaar te houden. De kloek kan weer eieren gaan leggen wanneer ze haar kuikens minder intensief verzorgt. Het moment waarop ze weer aan de leg komt, verschilt per kip.
Zodra de haantjes een leeftijd van drie maanden hebben bereikt, krijgen ze interesse in hun zusjes en zullen ze hen vaak achterna jagen. Daarom is het verstandig de haantjes en de hennetjes op deze leeftijd van elkaar te scheiden. Bij een jong kuiken is moeilijk te zien welk geslacht het dier heeft. Haantjes dragen hun staart vaak wat hoger en zijn meestal iets groter dan de hennetjes. Vanaf een leeftijd van drie maanden beginnen de haantjes te kraaien, krijgen hun sierveren en duidelijk grotere kopversierselen. Bovendien zijn ze in het algemeen beduidend zwaarder dan de hennen.
Als de haantjes onderling vechten, kunt u de fokhaan erbij zetten. Deze volwassen haan zal snel duidelijk maken wie er de baas is, waarna de haantjes onderling geen rangorde meer hoeven uit te vechten. U kunt de haantjes verkopen of weggeven. U kunt met de haantjes ook nieuwe foktoompjes vormen als u er de ruimte voor heeft (elk foktoompje in een aparte ren) en als u zeker weet dat u een bestemming heeft voor alle kuikens.
Voor deelname aan tentoonstellingen moeten kippen een vaste pootring dragen. Zo’n ring kan bij jonge kuikens om de poot worden geschoven, waarna door de groei afschuiven van de ring onmogelijk wordt (als u te laat bent, lukt omschuiven dus ook niet meer!). Sommige rassen moeten al op een leeftijd van vier of vijf weken worden geringd, de meeste op een leeftijd van ongeveer acht weken. Zorg dat u op tijd de pootringen van de juiste maat bestelt! Meer informatie over het ringen kunt u inwinnen bij kleindierverenigingen.
Ziekten en aandoeningen
Een gezonde kip is alert en actief, scharrelt en pikt naar voedsel, eet en drinkt goed en heeft gladde, verzorgde veren. De ogen zijn helder, de neusgaten schoon en de kip ademt rustig en met een gesloten bek. De kip loopt soepel en vertoont geen tekenen van pijn of verwondingen. De kam en lellen hebben een kleur en vorm die passen bij het ras, de leeftijd en de legfase (bij een leggende kip zijn ze doorgaans mooi rood; bij een kip die niet legt, kunnen ze bleker zijn).
Normale kippenmest (kippenpoep) is meestal stevig en goed gevormd, bruin tot groen van kleur, met een wit ‘kapje’ van urinezouten (uraten). Een tot enkele keren met dag produceert een kip zachtere, plakkerige en sterk ruikende mest, die vaak donkerder bruin is. Dit is blindedarmmest en is normaal. Let vooral op aanhoudende veranderingen, zoals waterdunne mest, afwijkende kleuren van de mest, bloed in de mest of duidelijk minder mest dan gebruikelijk.
Heeft uw dier ziekteverschijnselen, neem dan altijd contact op met een (pluimvee)dierenarts.
Gezondheidsproblemen bij hobbykippen worden vaak veroorzaakt door parasieten. Goede hygiëne is belangrijk in de preventie van infecties. Middelen om luizen, vlooien en mijten te bestrijden zijn verkrijgbaar bij dierenartsen, dierenspeciaalzaken en vaak ook bij agrarische winkels.
Inwendige parasieten bij kippen zijn wormen, vooral de grote en kleine spoelworm, de grote en kleine lintworm en de haarworm en coccidiën. Verschijnselen van infecties met deze maagdarmparasieten treden lang niet altijd op en worden vooral bij jonge dieren gezien. Mogelijke klachten zijn: vermagering, lusteloosheid, bol zitten (met opgezette veren), diarree, groeivertraging, stoppen van de eiproductie en het bleek worden van de kam en lellen. Het is verstandig regelmatig de mest van de kippen door een dierenarts te laten onderzoeken en alleen te behandelen als daaruit blijkt dat het nodig is.
Luizen, vlooien, mijten en teken zijn uitwendige parasieten die bij kippen onrustig gedrag door de jeuk veroorzaken en een slecht verenkleed door krabben en pikken. Kippen kunnen ook lijden aan bloedarmoede door een infectie met bloedmijt (dit wordt soms bloedluis genoemd, maar dat is een verkeerde naam, want het gaat om een mijt en niet om een luis). Deze bloedmijten verschuilen zich overdag in kieren en spleten van het hok, onder zitstokken, legnesten en voerbakken en in het strooisel. ’s Avonds en ’s nachts komen ze massaal tevoorschijn om bloed te zuigen bij de kippen. Er zijn medicijnen om een uitbraak van bloedmijt te behandelen. Neem hiervoor contact op met een (pluimvee)dierenarts. Diatomeeënaarde (kiezelwier) kan als aanvullende maatregel worden gebruikt om bloedmijt te helpen bestrijden of voorkomen. Dit is een fijn poeder dat u in uw kippenhok kunt gebruiken. Volg daarbij de gebruiksaanwijzingen van het product zelf. Kiezelwier is echter geen vervanging van goede hygiëne en een gerichte behandeling wanneer er sprake is van een ernstige besmetting.
Kalkpoten worden ook veroorzaakt door een mijt. De kip krijgt dan vuilwitte, droge korsten tussen de schubben van de poten, soms zo uitgebreid dat de kip niet meer kan lopen. Een goede hygiëne is essentieel om infecties met uitwendige parasieten te voorkomen. Daarnaast werkt een regelmatige behandeling van het hok met witte kalk preventief tegen bloedmijt.
Ziekten van het ademhalingsstelsel komen regelmatig voor. De verschijnselen kunnen zijn: niezen, rochelen, neusuitvloeiing en benauwdheid (met snavel open ademen). Bacteriën veroorzaken bijvoorbeeld ‘acute snot’ (Coryza) en Chronic Respiratory Disease (CRD). Virussen zijn verantwoordelijk voor Infectieuze Bronchitis (IB) en Infectieuze Laryngotracheïtis (ILT). Ook schimmels kunnen ademhalingsziekten veroorzaken. Tocht, te veel kippen op een te kleine ruimte en/of een slechte hygiëne zijn vaak de aanleiding voor het aanslaan van deze ziekteverwekkers.
Een bekende vogelziekte is de vogelgriep of Aviaire Influenza. Deze kan door verschillende virussen veroorzaakt worden en is zeer besmettelijk. Symptomen die gezien kunnen worden bij een besmetting met vogelgriep zijn onder andere plotselinge sterfte, ademhalingsproblemen, zenuwverschijnselen, problemen met het leggen van eieren en andere afwijkende zaken die wijzen op ziekte. Vogelgriep is een meldingsplichtige en bestrijdingsplichtige dierziekte. Bij een uitbraak kunnen landelijke maatregelen gelden, zoals een ophokplicht, afschermplicht of vervoersverbod. Kijk voor de actuele landelijke maatregelen op de website van de Rijksoverheid. Heeft u binnen een week meerdere dode dieren zonder dat zij lang ziek zijn geweest? Meld dit dan altijd direct bij een (pluimvee)dierenarts. Let op: U kunt zelf ook ziek worden van vogelgriep, dus raak zieke of dode vogels nooit met blote handen aan. Kijk voor meer informatie over vogelgriep op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en op de website van de Rijksoverheid.
Een andere belangrijke ziekte is Newcastle Disease (NCD), ook wel pseudovogelpest genoemd. Dit is een zeer besmettelijke virusziekte die bij kippen onder meer ademhalingsproblemen, darmproblemen, zenuwverschijnselen en sterfte kan veroorzaken. NCD is een bestrijdingsplichtige en meldingsplichtige dierziekte. Vaccinatie is een belangrijke manier om kippen tegen NCD te beschermen.
De ziekte van Marek is een ander voorbeeld van een zeer besmettelijke virusziekte. Vooral bij jonge kippen kan het leiden tot tumoren, verlammingsverschijnselen en sterfte. Het virus verspreidt zich via stofdeeltjes uit veer- en huidcellen. Vaccinatie en goede hygiëne zijn belangrijke maatregelen om de ziekte te voorkomen.
Tip: Gaat u de kip(pen) plaatsen bij een bestaande groep kippen, houd de nieuwe kippen dan meerdere weken in quarantaine (zie huisvesting). Laat een (pluimvee)dierenarts de nieuwe kippen en hun mest onderzoeken. Ook als de nieuwe kippen er gezond uitzien. Zo maakt u de kans op overdracht van eventuele ziekten zo klein mogelijk.
Meer weten over ziekten bij kippen?
Wilt u meer weten over ziekten bij uw kippen? Vraag dan een (pluimvee)dierenarts. U kunt ook kijken op Royal GD diergezondheid; daar vindt u betrouwbare informatie over veelvoorkomende ziekten bij pluimvee.
Verplichte vaccinatie voor tentoonstellingen?
Voor hobbyhouders die met hun kippen naar tentoonstellingen, keuringen of andere bijeenkomsten gaan, gelden regels voor vaccinatie, waaronder tegen Newcastle Disease. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in de Regeling houders van dieren en kunnen veranderen. Controleer daarom altijd de actuele regels voordat u met uw kippen naar een tentoonstelling gaat. Sommige hobbyhouders kiezen daarnaast voor vaccinatie tegen bijvoorbeeld Infectieuze Bronchitis of de Ziekte van Marek. Bespreek dit met uw (pluimvee)dierenarts.
Houd via de website van de Rijksoverheid ook in de gaten of er geen vervoersverbod geldt vanwege vogelgriep (zie hier).
Wat moet u doen als uw kip is overleden?
Dode hobbykippen mogen niet worden begraven en ook niet bij het GFT- of restafval worden gedaan. Neem contact op met uw gemeente voor de mogelijkheid om het dier af te geven, bijvoorbeeld bij de gemeentewerf of milieustraat. De gemeente zorgt ervoor dat de dode dieren vervolgens door een erkende verwerker, zoals Rendac, worden opgehaald en verwerkt. Dit is de veiligste en meest geschikte manier om een overleden kip af te voeren.
Ziek door uw kippen?
Kippen kunnen ziekten overdragen op mensen (dat noemen we zoönosen). Voorbeelden daarvan zijn Salmonella, E.coli en Campylobacter, die bij mensen vaak vooral leiden tot maagdarmkanaalklachten. Ook vogelgriep is een aandoening die van kippen op mensen over kan gaan.
Tips om de kans op ziek worden door uw kippen zo klein mogelijk te maken:
- Was altijd uw handen na contact met uw kippen en/of hun mest.
- Geef geen kusjes aan een kip.
- Draag handschoenen als u dode of zieke kippen moet aanraken.
- Laat kippen niet in de keuken komen.
- Voorkom consumptie van rauwe of onvoldoende verhitte eieren door kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met een verminderd afweersysteem. Daarnaast geldt dat het eten van eieren van hobbykippen tegenwoordig wordt afgeraden in verband met de mogelijke aanwezigheid van PFAS in de eieren.
Kijk voor meer informatie op de website ‘Ziek door dier’ van het RIVM.
Benodigde ervaring
Voor het houden van kippen is geen specifieke ervaring nodig. Onderschat echter niet de hoeveelheid ruimte, tijd en geld die er kan komen te zitten in het op een juiste wijze houden van deze dieren.
Aanschaf en kosten van kippen
Aanschaf
Ga vooraf na of uw gemeente het toestaat om kippen (al dan niet met haan) binnen de bebouwde kom te houden en of u een bouwvergunning nodig heeft voor het kippenhok. Woont u in een huurwoning, controleer dan ook of uw verhuurder het houden van kippen toestaat. Overleg daarnaast met uw buren.
U kunt kippen kopen bij fokkers, bij een boer en soms via een dierenspeciaalzaak. U kunt ook kiezen voor kippen die een tweede kans krijgen, bijvoorbeeld kippen die afkomstig zijn uit de legindustrie of die via een opvangorganisatie worden herplaatst.
Maak een weloverwogen keuze voor een ras of juist een rasloze kip door informatie in te winnen via bijvoorbeeld pluimvee- of kleindierverenigingen en bezoek tentoonstellingen. Kies voor dieren die geen overdreven en daarmee schadelijke uiterlijke kenmerken hebben.
Kies kippen die actief zijn en niet overdreven paniekerig reageren. Het verenpak moet schoon, aaneengesloten en glanzend zijn en vrij van parasieten. De ogen en neusgaten moeten schoon zijn. De kam en lellen mogen bij volgroeide, niet-broedende en niet-ruiende dieren niet vaal van kleur zijn en het borstbeen mag niet te scherp aanvoelen.
Vraag of u wat voer mee kunt krijgen. U kunt de kippen namelijk het beste geleidelijk overzetten op ander voer door dit oude voer te mengen met steeds iets meer van het nieuwe voer.
Zorg dat het kippenhok klaar is voordat u uw kippen gaat ophalen en dat de dampen van beits of verf zijn vervlogen: deze zijn namelijk uiterst giftig voor vogels.
Gaat u de kip(pen) plaatsen bij een bestaande groep kippen, houd de nieuwe kippen dan meerdere weken in quarantaine (zie huisvesting). Laat een (pluimvee)dierenarts de nieuwe kippen en hun mest onderzoeken. Ook als de nieuwe kippen er gezond uitzien. Zo maakt u de kans op overdracht van eventuele ziekten zo klein mogelijk.
Kosten
De aanschafprijs van kippen is afhankelijk van het ras en waar u ze koopt. Voor twee standaard legkippen moet u rekenen op minimaal 25 euro; voor speciale rassen kunt u veel meer kwijt zijn. Eenmalige kosten voor de aanschaf of bouw van een goed kippenhok en voor benodigdheden zoals voerbak, drinkbak met verwarmer, voerton en schraapmes komen iets boven de 500 euro uit. De kosten voor voer, bodembedekking en preventieve behandeling van mijten en luizenkomen neer op ongeveer 10 euro per dier per maand.
Houd daarnaast rekening met de kosten van eventuele vaccinaties en onderzoek van uitwerpselen op parasitaire infecties. Ook kan het voorkomen dat u vanwege ziekte onder de dieren een dierenarts moet inschakelen, wat flinke kosten met zich mee kan brengen.
Zie ook het artikel Wat kost een huisdier?
Bronnen
De informatie in deze huisdierenbijsluiter is mede gebaseerd op de bronnen die u hier vindt.
